De Sophiapolder, gelegen net over de Belgische grens en voor Breskens, is een relatief klein natuurgebied. Het gebied is niet vrij toegankelijk, maar het is compleet te bewonderen via een een uitkijkvlonder of via de weg dat er langs loopt.

De Sophiapolder is een restant van de oude zeearm de Passageule, die van de Noordzee diep in het binnenland liep. In 1807 verzande het gebied en werd het ingedamd, waarna de Sophiapolder is ontstaan. Deze indamming gebeurde in opdracht van generaal Van Damme, die het gebied vernoemde naar zijn vrouw, Sophia ’t Kindt. Door latere zandwinning is er een kreek ontstaan, wat nu een topgebied is voor watervogels. In 2006 is het gebied ingericht als natuurgebied.

De broedeilanden in het midden van de kreek zijn de vaste stek voor broedende kokmeeuwen en zwartkopmeeuwen. Op de kale randen maken kluten en steltkluten hun nest. In de rietkragen zingen rietzangers en cetti’s zangers. In het oostelijk deel is een oeverzwaluwwand aangelegd.

Ook flora is ruim aanwezig. 200 plantensoorten  zoals de grote ratelaar, rietorchissen, klavervreter, zilt torkruid, kleine wolfsmelk kun je hier aantreffen. In het voorjaar en de zomer lopen er runderen om de graslanden te begrazen. De begrazing zorgt voor een open gebied wat de plantengroei ten goede komt.

Rond het gebied is een speciaal raster geplaatst om roofdieren te weren, zodat de grondbroeders een grotere kans hebben op een geslaagd broedproces.

Mogelijke startplaats: