De waterteunisbloem is een pracht van een bloem, het valt niet te ontkennen … maar het is de ‘vijand’ van tal van natuurgebieden.

Het is een woekerplant, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid- en Centraal-Amerika en pas in 1983 voor het eerst in onze regio’s waargenomen.
De waterteunisbloem verspreid zich razendsnel door fragmentatie of via de zaden. Hij vormt een dicht tapijt. Op de oevers komt hierdoor alles dicht. Een afname van licht en lucht zorgt ervoor dat de andere fauna en flora zich niet meer kunnen ontwikkelen. Ze kunnen zich ook ontwikkelen tot drijvende massa’s.

Het alles verloopt razendsnel. De biomassa ervan kan in een periode tussen de vijftien tot negentig dagen gewoon verdubbelen. Losse stengels ed. kunnen meedrijven en nieuwe groeihaarden ontwikkelen. De doorstroming van water wordt afgeremd, sedimenten worden afgezet, verlanding is het resultaat.

Het bestrijden van deze plant is duidelijk een ander verhaal. Het, al of niet machinaal, verwijderen is waarschijnlijk de meest effectieve manier, maar het is opletten dat de omgeving tijdens deze werken niet wordt ‘vervuild’ met nieuwe stengeldelen en/of zaden. Een andere techniek zou kunnen bestaan uit het ‘motiveren’ van inheemse planten, zoals riet en wilgen. Veel onderzoek en evaluaties zullen waarschijnlijk nog nodig zijn om een gerichte aanpak te garanderen.