Bij gebrek aan rotsen langs onze kusten broedt de aalscholver (ongeveer 90 cm) bij ons voornamelijk in bomen. De grijswitte uitwerpselen en ook wel hun opvallende nesten verraden al snel hun aanwezigheid.

Het zijn uitstekende vissers, die hun prooi in duik uit het water opvissen. Ze kunnen bovendien al zwemmend hun vissen achtervolgen. De aalscholver heeft namelijk niet de typische vetklieren waarmee ze een waterdicht verenkleed kunnen garanderen. Het ontbreken van deze klieren zorgt ervoor dat hun verenpak doornat wordt. Hierdoor kunnen ze veel sneller duiken en dus onder water zwemmen.
Het enige nadeel? Een nat vederpak. Eenmaal boven water zie je een aalscholver dan ook dikwijls met de vleugels wijd open gespreid. Ze staan er namelijk te drogen.

De hoeveelheid vis die een aalscholver dagelijks verorbert komt ongeveer overeen met hun eigen gewicht.

Hun nest wordt samengesteld uit riet en grassen en gelijkt wel wat op deze van de reigers. Ze broeden meestal in kolonies van ongeveer 20 paren. De beide ouders zullen de jongen grootbrengen. Het voederen gebeurt door het voedsel op te braken. De jongen pikken het dan uit de krop.