De gewone schaalhoren, een echte Rambo! Ik ben de sterkste!
De kleine tandjes op zijn rasptong zijn bijna onverwoestbaar waardoor het wetenschappelijk erkend wordt als het sterkste natuurlijk materiaal.

In het verleden waren schaalhorens, we noemden het ook wel eens een ‘hoedje’, een zeldzame waarneming. Na lang zoeken konden we op een golfbreker een exemplaar tegenkomen.
De laatste decennia is het duidelijk anders. De schaalhorens hechten zich massaal vast op de rotsblokken van golfbrekers of andere constructies. Dikwijls vallen ze iets minder op door de zeepokken die ze graag gebruiken als landingsplaats. Ze leven tot relatief hoog in de vloedlijn, tot kortbij onder de laagwaterlijn.

Schaalhorens lijmen zich als het ware vast op hun ondergrond, ze gebruiken hiervoor een eigen ‘bio-lijm’. Het is dan ook zeer moeilijk, tot onmogelijk, om ze los te wrikken van hun ondergrond. Zeker wanneer ze merken dat er wordt gefriemeld aan hun behuizing, dan klikken ze zich nog extremer vast.

De schaalhorens zijn grazers. Bij vloed verplaatsen ze zich om algen ed. van de ondergrond te schrapen. Ze hebben hiervoor speciaal, en dus sterk ontwikkelde tanden op hun rasptong. Ze verplaatsen zich maximaal één meter van hun startplaats.
Wanneer ze vermoeden dat laagwater op komst is, spoeden ze zich naar hun identieke startplaats. Op deze plaats weten ze ondertussen dat ze hun behuizing optimaal kunnen afsluiten, dichtlijmen, en op deze manier de droge periode kunnen overbruggen. Het vocht in hun behuizing blijft namelijk perfect binnen als voorraad. Om hun terugweg niet te verliezen, gebruiken ze hun eigen GPS, ze maken een chemisch slijmspoor dat ze onderweg achterlaten.

De gewone schaalhoren zijn de enige inheemse soort. Via aangespoelde strandvondsten kan je eventueel ook de ruwe schaalhoren of de gekleurde schaalhoren aantreffen. Aan de buitenkant zijn ze nogal moeilijk te onderscheiden. De ruwe schaalhoren is aan de binnenkant eerder wit en de gekleurde uiteraard met meerdere kleuren.